'Dat mag niet!'

Bijgewerkt: 31 dec 2019


Als volwassenen willen wij onze kinderen leren hoe zij zich goed moeten gedragen. Het lijkt dan ook logisch dat bij het afleren van ongewenst gedrag zo nu en dan een staf nodig is. Toch wordt er in onze huidige maatschappij steeds vaker gesproken over het opvoeden zonder straffen. Is het straffen van je kind dan verkeerd?


Straffen bij ongewenst gedrag is niet altijd nodig. Probeer als ouders het negatieve gedrag van je kind zoveel mogelijk te negeren. Wanneer jouw kind merkt dat jij overstuur raakt, zal het negatieve gedrag juist toenemen. Jouw kind heeft dan het gevoel dat zijn gedrag effect heeft omdat jij hierop reageert. Probeer niet direct te denken aan straffen en belonen, maar aan aandacht geven en negeren. Aandacht is de beloning en negeren is de straf. Wanneer jij jouw kind aandacht geeft als het iets doet wat niet mag, beloon je dit juist.


Soms gaat een kind zo ver in zijn of haar gedrag dat straffen toch nodig is. Een straf geeft het kind duidelijkheid over wat wel en niet mag. En dat is wat kinderen uiteindelijk graag willen leren. Bij het geven van een straf is het altijd belangrijk dat jij als ouder een stukje afstand neemt en geen emotie laat zien.


Praktische tips om een kind te straffen:


1. Geef een waarschuwing

Loop naar het kind toe en maak contact door op ooghoogte te komen. Vertel wat het kind niet mag doen. Bedenk dat het kind nog aan het leren is. De woorden: “Dat mag niet” begrijpt het kind niet. De woorden: “Ik wil niet dat je iemand slaat’ begrijpt het kind wel.

Een kind heeft altijd recht op een waarschuwing. Een waarschuwing geeft het kind de mogelijkheid om zijn gedrag aan te passen om een consequentie te voorkomen.


2. Consequentie aangeven

Ga weer op ooghoogte zitten en zorg dat je de aandacht hebt. Herinner het kind aan de eerder gegeven waarschuwing: “Ik heb je net verteld dat ik niet wil dat je iemand slaat. Als je nog een keer iemand slaat, ga je voor straf op de gang zitten”.


3. Consequentie uitvoeren

Als het kind het gedrag nogmaals laat zien, neem je het kind mee naar de vooraf aangegeven plek. Dit keer voer je geen gesprek en kijk je het kind ook niet aan. Op het moment dat het kind op de afgesproken plek is, geef je aan: “Ik wil niet dat je iemand slaat, want dan doe je iemand pijn en daar worden kinderen verdrietig van. Ik wil dat je hier blijft zitten om na te denken over wat je gedaan hebt. Daarna vertel je wat je anders had moeten doen.”


4. Excuses aanbieden

Voor jonge kinderen is ‘sorry” genoeg. Zij kunnen nog niet onder woorden brengen wat ze verkeerd hebben gedaan. Vanaf een leeftijd van vier jaar is het belangrijk dat het kind wel gaat vertellen wat het fout deed. Wanneer het kind dit heeft gedaan is de ‘straf’ over en kan het kind weer gaan spelen.



38 keer bekeken
Contact

Jane Obdam 

Gedragsspecialist - Kindercoach 

Uniek

Dorpsstraat 256, 1713HR Obdam

Mail: uniekgedrag@gmail.com

Mobiel: 06-83571839

​​

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

2020 Uniek © Alle rechten voorbehouden