Gesprekken met kinderen van vier tot twaalf jaar





Het belangrijkste middel om informatie te krijgen over het welbevinden van een kind is het gesprek. Een gesprek voer je met z’n tweeën, toch gebeurt het vaak dat niet het kind, maar de volwassenen constant aan het woord is. Vaak denken we als volwassene al te weten wat een kind voelt en wat het denkt. Daarom doen we in een gesprek soms minder ons best om na te gaan hoe een kind werkelijk iets beleeft. Dit is niet je bedoeling. Je wilt geen gesprek van volwassene tot kind, maar een gesprek met het kind. Pas dan zul je erachter komen wat er echt in het hoofd van een kind omgaat. Probeer maar eens met een kind in gesprek te gaan zonder zelf het thema te bepalen. Laat het kind van de hak op de tak springen en je zult verstelt staan hoe veel het kind zal vertellen.


In een gesprek is het belangrijker om de juiste vragen te stellen dan om de juiste antwoorden te geven. Een antwoord dat het kind zelf geeft, heeft altijd een diepere betekenis dan wat jij hem kunt vertellen. De gemakkelijkste manier om informatie van het kind te krijgen, is door het stellen van open vragen. Een gesloten vraag is een vraag waar het kind meestal ‘ja’ of ‘nee’ op zal antwoorden. Als je een kind gesloten vragen stelt, zal het zichzelf niet laten zien. Op een open vraag kan het kind uitgebreid antwoorden. De ‘Waarom…’ vraag moet je bij kinderen echter vermijden. Voor kinderen is het erg lastig om te redeneren over ‘waarom’ en ‘omdat’. Dit heeft te maken met de ontwikkeling in de hersenen.


Een gesprek met een kind van vier jaar is anders dan een gesprek met een twaalfjarig kind. Elke leeftijdsfase heeft eigen kenmerken waarmee je rekening moet houden in een gesprek.


4 tot 6 jaar

Kinderen van deze leeftijd zitten niet graag stil. Actief spel bevredigt de behoefte aan beweging waardoor er ruimte ontstaat voor een gesprek. Koppel daarom het gesprek altijd aan spel. De spanningsboog van kinderen van deze leeftijd is ongeveer tien minuten tot maximaal een kwartier. Houd daarom de gesprekken kort en las pauzes in door een ander spel te gaan doen Houd er rekening mee dat fantasie en werkelijkheid op deze leeftijd door elkaar lopen.Vermijd de vraag ‘Wanneer…’ iets gebeurde. Vaak kun je het woord ‘wanneer’ vervangen door het woord ‘waar’. Het lukt kinderen van deze leeftijd namelijk wel om een concrete plaats te benoemen.


6 tot 8 jaar

Kinderen van deze leeftijd kunnen beter een gesprek voeren zonder daar direct spel bij te betrekken. Je kunt ervoor kiezen om spel en het voeren van gesprekken af te wisselen. De spanningsboog van kinderen van deze leeftijd is ongeveer een kwartier tot twintig minuten. Zorgt tussen het gesprek door voor beweging zodat energie en spanning kunnen afvloeien. Kinderen van deze leeftijd kunnen fantasie en werkelijkheid beter onderscheiden. Zorg ervoor dat je taalgebruik kort en concreet is. Spreken over gebeurtenissen in termen van tijd (verleden, heden of toekomst) is nog lastig. Maak daarom nog steeds gebruik van concrete plaatsen.


8 tot 10 jaar

We nemen aan dat kinderen minder bewegingsdrang ervaring naarmate ze ouder worden. In feite blijft de bewegingsdrang tot ongeveer het elfde levensjaar gelijk. Blijf daarom gesprekken en beweging afwisselen. De spanningsboog van kinderen van deze leeftijd is ongeveer een half uur. Laat duidelijk merken dat je uitspraken over gedachten en gevoelens waardeert. Kinderen hebben van nature geen problemen om over hun gevoelens te spreken. De mate waarin ze hun gevoelens uiten, is dus afhankelijk van eerdere gesprekservaringen. Vanaf deze leeftijd kan er wel gebruik gemaakt worden van begrippen als: verleden, heden en toekomst. Toch blijft het spreken over concrete plaatsen makkelijker dan over tijd.


10 tot 12 jaar

In deze leeftijdscategorie is het niet meer noodzakelijk om gesprekken en beweging af te wisselen. Wel kan het helpend zijn wanneer een kind jou niet direct hoeft aan te kijken maar zich deels kan verstoppen in een spel. Sommige kinderen praten op die manier makkelijker over gevoelens. De spanningsboog van kinderen van deze leeftijd is drie kwartier tot een uur. Kinderen van deze leeftijd vinden het fijn om een eigen mening te vormen binnen een groep. Gesprekken in kleine groepjes kunnen daarom nuttig zijn.



Praktische tips voor het voeren van een gesprek:

  • Ga nooit recht tegenover een kind zitten, dit kan bedreigend zijn. Probeer met je hoofd op gelijke hoogte met het kind te zitten.

  • Veel kinderen vinden onprettig als je constant oogcontact wilt maken. Wissel dus af en ontdek wat het kind prettig vindt.

  • Gebruik humor en andere middelen om het gesprek minder zwaar te maken. Zware gesprekken geven kinderen het gevoel dat er iets mis is, en vooral jonge kinderen betrekken dit op zichzelf.

  • Laat de inbreng van het kind bepalend zijn voor het gesprek. De onderwerpen waar kinderen het over willen hebben, zijn voor hen van groot belang. Bevestig dit.

  • Reageer altijd positief op nieuwe informatie die kinderen je vertellen.

  • Presenteer het gesprek met kinderen tot de leeftijd van acht jaar als een spel.



Maar vergeet niet, elk gesprek, elke situaties en ieder kind is uniek.




47 keer bekeken
Contact

Jane Obdam 

Gedragsspecialist - Kindercoach 

Uniek

Dorpsstraat 256, 1713HR Obdam

Mail: uniekgedrag@gmail.com

Mobiel: 06-83571839

​​

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

2020 Uniek © Alle rechten voorbehouden